Log in om toegang te krijgen tot het magazine
Bezoek ook eens onze website(s) en Social Media.
Vul een zoekterm in om te zoeken binnen alle publicaties.
Log in om toegang te krijgen tot het magazine
Tekst en Beeld Gerard van Buiten
Sieruien zijn veel gebruikt en overbekend. Tegenwoordig verschijnen allerlei soorten ook in (bijen)mengsels voor het openbaar groen. Naast de bekende grote paarse bollen is er nog een enorme variatie in vorm en kleur, waar dit artikel een bescheiden inkijkje in geeft.
Van de meer dan 750 bekende soorten uit het geslacht Allium worden enige tientallen meer of minder algemeen aangeboden als ’sierui’. Ze worden geteeld en verhandeld op ongeveer dezelfde manier als alle andere bloembollen. Dat betekent dat het om soorten gaat die in het voorjaar bloeien en vervolgens een droge zomerrust kennen, de periode waarin ze gerooid en verhandeld worden. Je plant ze dus als droge bollen in het najaar.
In de praktijk zijn dat vaak soorten uit de zomerdroge steppen van Centraal-Azië. Deze herkomst geeft al aan dat ze het beste groeien in een goed doorlatende grond en in de volle zon. De bloei valt in het voorjaar en de voorzomer.
Door ze te mengen met andere planten gebruik je Allium optimaal: je hebt al vroeg veel kleur in de beplanting en het blad van de uien dat vaak al tijdens de bloei lelijk wordt, verdwijnt snel tussen de andere planten.
De uitgebloeide bloeiwijzen hebben ook uitgedroogd nog lang sierwaarde in de beplanting, maar houdt er wel rekening mee dat veel soorten zicht massaal kunnen uitzaaien. Veel van de in grote aantallen geteelde soorten zijn spotgoedkoop; andere soorten kosten enige euro’s per bol. Alle soorten zijn prima nectarplanten voor hommels en bijen!
Allium flavum
Een buitenbeentje tussen de vele paarse soorten is de gele Allium flavum, een variabele soort die voorkomt van Zuid-Europa tot in Kazachstan. Geschikt voor kleinere tuinen, rots- en steppetuinen. Op een goed doorlatende, warme plek kunnen de bollen jarenlang blijven zitten en breiden zich langzaam uit. De hangende gele bloemen verschijnen in losse bloeiwijzen op tot 40 cm hoge stelen, van juni tot augustus. De bloemen geuren heerlijk. De ondersoort A. flavum ssp. tauricum bloeit in fraaie (gemengde) pastelkleuren maar is aanmerkelijk prijziger.
Allium sphaerocephalon
Kogellook (Allium sphaerocephalon) is bekender onder de toepasselijke naam trommelstokje. De soort komt in het wild voor in grote delen van Europa tot in Iran in het oosten. Ze houden van drogere, kalkrijke grond en komen daar jaar op jaar trouw terug. Ze zijn op hun mooist wanneer ze massaal worden gebruikt in schrale, bloemrijke graslanden, of zonnige borders. De relatief kleine, enigszins langwerpige bloemhoofdjes op dunne stelen tot 80 cm hoog verschijnen in juni en juli. Ze verbloeien mooi van groen in de knop naar roodpaars in volle bloei.
Allium karataviense
Puinlook (Allium karataviense) is afkomstig uit Centraal-Azië en wordt zo’n 25 cm hoog. Opvallend is het grote, brede, blauwgrijze blad dat al vroeg verschijnt. In april volgt de grote, met kleine bloemetjes bezette bloeiwijze die bloeit tot in mei. Al snel wordt het blad lelijk en sterft af; zorg er daarom voor dat de bollen tussen stenen of lage vaste planten staan. De uitgebloeide bloeiwijzen blijven nog lang mooi. Er zijn verschillende kleurselecties: wit, roze tot roodpaars. Het brede blad komen we ook tegen bij A. nevskianum en in mindere mate bij A. ’Ostara’.
Nectaroscordum
Geen echte ui, maar één die zeker thuishoort in het rijtje, is Nectaroscordum. De Bulgaarse ui (N. siculum) is een geliefde soort om in een border te gebruiken. De hangende, groen met wijnrode bloemen verschijnen aan tot 80 cm hoge stengels en de uitgebloeide bloemen hebben lang sierwaarde. Groter en pittiger van kleur is de afgebeelde N. tripedale, die tot 130 cm hoog kan worden. De bloemen zijn fris roze.
Allium ’Globemaster’
Een klassieke paarse bol op dikke steel die bijna een meter hoog wordt is Allium ’Globemaster’. Dit is de langst bloeiende uit deze groep, telkens worden nieuwe bloemknoppen gevormd die buiten de bloeiwijze gaan bloeien; de bloeiwijze wordt daardoor steeds groter. De bloei houdt aan van half mei tot eind juni. De echte reuzenui (Allium giganteum) maakt de meest volmaakte dichte paarse bol en bloeit als laatste in deze groep, van eind juni tot in juli. A. hollandicum ’Purple Sensation’ is minder groot, maar bloeit al vroeg in mei diep paarsrood. Deze is gemakkelijk te kweken en daardoor een stuk goedkoper.
Allium atropurpureum
Bijzonder donker van kleur is Allium atropurpureum. Deze van de Balkan afkomstige soort wordt zo’n 80 cm hoog en bloeit in juni en juli met een donker purperrode kleur en zwarte vruchtbeginsels. De bloeiwijzen zijn niet bijzonder groot, maar statig en prachtig te combineren met allerlei vaste planten. De bollen vermeerderen niet of nauwelijks, maar komen jarenlang trouw terug. Verwarrend genoeg bloeit A. nigrum crème wit; alleen de vruchtbeginsels kleuren later zwart. Verder net zo’n mooie soort als de voorgaande!
Allium schubertii
De enorme losse bloeiwijzen van Allium schubertii kunnen tot 30 cm doorsnede worden en zien er ’spin-achtig’ uit. Deze grote bollen met fraaie metallic paarse sterbloemen staan op korte stelen en worden niet hoger dan zo’n 40 cm. De bloei valt van eind mei tot in juli, maar ook na de bloei hebben de grote bloeiwijzen nog steeds veel sierwaarde. Het blad begint al voor de bloei af te sterven; plant de bollen daarom tussen lagere vaste planten. Na maximaal een paar jaar zijn de geplante bollen ’op’ en moet je nieuwe planten. Wat hoger, met kleinere bloeiwijzen en net zulke mooie sterrenbloemen is A. christophii, die wel lang mee kan gaan.
Allium ’Eros’
Allium ’Eros’ viel ons in de border op door de lange bloeitijd en de pittige roze kleur. Uit de relatief kleine bollen komen meerdere tot 40 cm hoge stelen met losse bloeiwijzen. Per bloeiwijze kunnen wel vijftig vrij grote, fraai roze bloemen gevormd worden die vanaf eind mei en in juni bloeien. De variëteit werd oorspronkelijk voor de snij geselecteerd uit de Allium unifolium, maar blijkt ook een superieure sierui voor de tuin te zijn. Tijdens de bloei blijft het blad mooi groen en gaaf; een uitzondering bij de sieruien. De soort A. unifolium is afkomstig uit het westen van de VS, en komt jaren achtereen betrouwbaar terug in de tuin. Dat belooft veel goeds voor ‘Eros’!
Meerjarig
Border
Externe Links
Vorige Edities
Colofon
Nieuwsbrief