Log in om toegang te krijgen tot het magazine

Tuin en Landschap
Loading...

'Effect van groen op luchtkwaliteit wordt overschat'

Luchtvervuiling aanpakken door inzet van beplanting. Het klinkt als een mooie en effectieve methode om fijnstof uit de lucht te halen. Toch blijkt een aantal grote gemeenten groen niet direct in te zetten om de luchtkwaliteit te verbeteren. Daarvoor vinden ze maatregelen bij de bron effectiever. Groen wordt vooral ingezet om de stad leefbaar en aantrekkelijk te houden.

Tekst Wendy Venhorst | Beeld Shutterstock, Gemeente Rotterdam en Den Bosch

De luchtkwaliteit in Nederland is verre van optimaal. Dat geldt zeker voor de grote steden. Het afvangen van fijnstof keert daarom regelmatig terug op de agenda van veel gemeenten. De luchtkwaliteit is in Arnhem al langer een belangrijk discussiepunt. Nadat onderzoek van ingenieursbureau RoyalHaskoning bevestigde dat de lucht in de stad ongezond is, stemde een raadsmeerderheid begin maart voor een milieuzone.

Carlo van der Borgt, woordvoerder van de wethouder van Milieu, licht toe dat Arnhem daarmee vooral inzet op het wegnemen van de vervuilende bron en niet op beplanting. „We planten geen extra bomen aan, omdat dat volgens ons onvoldoende bijdraagt aan de luchtkwaliteit. We zetten groen wel in voor klimaatadaptatie, bijvoorbeeld om de temperatuur in de stad te verlagen of om water te bergen. Maar niet om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het instellen van een milieuzone blijkt de meest effectieve maatregel.”

Na Amsterdam, Utrecht en Rotterdam is Arnhem daarmee de vierde stad met een milieuzone voor personenauto’s. Dieselauto’s van voor 2004 mogen vanaf 2019 het centrum niet meer in; dieselauto’s van voor 2006 mogen dit alleen als ze aan bepaalde Europese eisen voldoen. Daarmee hanteert Arnhem de strengste regels en geeft de stad een duidelijk signaal af.

Te weinig effect
Ook in Rotterdam wordt groen niet actief ingezet om de luchtkwaliteit te verbeteren. „Diverse onderzoeken laten zien dat groen fijnstof afvangt, bijvoorbeeld bij soorten met kleverig blad. Maar het heeft te weinig effect om het echt als maatregel in te zetten”, zegt Patricia Timmerman, adviseur luchtkwaliteit en werkzaam voor de afdeling Stadsontwikkeling.

Bovendien kunnen grote bomen er volgens haar juist voor zorgen dat fijnstof blijft hangen, waardoor de luchtkwaliteit onder de bomen verslechtert. „Groen speelt dus geen eenduidige rol en daarom zetten we het niet actief in om de luchtkwaliteit te verbeteren.”

In plaats daarvan pakte de gemeente het probleem bij de bron aan door in 2015 een milieuzone in te stellen. Ook voerde ze een subsidieregeling in voor de sloop van oude, vervuilende auto’s. En hoewel Rotterdam nog altijd de nodige knelpunten kent, hebben de milieuzone en sloopregeling er inmiddels voor gezorgd dat de lucht in de stad gezonder is geworden. Zo nam de uitstoot van roet en stikstofdioxide tussen eind 2015 en eind 2016 af met respectievelijk 29% en 12%. „Het inzetten op minder en schoner verkeer is volgens ons effectiever dan maatregelen die de luchtkwaliteit misschien zouden kunnen verbeteren.”

Volgens Timmerman neemt dit alles niet weg dat mensen in stedelijk gebied wel behoefte hebben aan groen. „Het draagt wel bij aan de beleving van de omgeving; we zetten groen dus wel in om de stad aantrekkelijker en leefbaarder te maken.”

De gemeente Arnhem heeft sinds maart van dit jaar een milieuzone ingesteld. Volgens de gemeente is het instellen van een milieuzone effectiever dan het planten van bomen.

Pilotproject
In Den Haag is de relatie tussen luchtkwaliteit en beplanting eveneens actueel. Op initiatief van de raad organiseerde de gemeente eind februari een informatieve werkbespreking over de inzet van beplanting ten behoeve van de luchtkwaliteit. Aanleiding was het voorstel van Tom van Alphen van Particulates Clean Air Solutions, om in een pilotproject plantenbakken met speciale plantensoorten langs wegen te plaatsen.

Tijdens de werkbespreking gaven verschillende deskundigen hun visie op de inzet van groen om luchtvervuiling tegen te gaan. Iedereen was het erover eens dat groen veel positieve effecten heeft. Toch blijkt het effect van de opvang van fijnstof door beplanting volgens deskundigen beperkt. „Sommige vegetatie neemt weliswaar schadelijke gassen op en stofdeeltjes kunnen neerslaan op kleine structuren. Maar er is intensief contact nodig tussen de lucht en de vegetatie voor een effect”, zo weet Joost Wesseling van het RIVM. „Bovendien hangt de mate van depositie sterk af van de grootte van de deeltjes en de structuren van de vegetatie. De grotere deeltjes blijven vrij goed hangen op naaldjes en haartjes. Maar hoe kleiner de deeltjes, hoe minder goed ze worden afgevangen. Terwijl ze juist relevanter zijn voor de gezondheid.”

Daar komt volgens hem bij dat bomen de verversing van de lucht in de straat verminderen. Er is sprake van minder luchtverplaatsing, wat leidt tot hogere concentraties. Wesseling: „De verslechtering van de luchtkwaliteit in boomrijke straten is in veel studies vastgesteld.”

Bert Heusinkveld van de vakgroep Meteorologie en Luchtkwaliteit van Wageningen UR, benadrukt dat de luchtkwaliteit in Europa niet voldoet aan de WHO-norm en meer aandacht verdient. „Alleen al in Den Haag overlijden er jaarlijks honderd mensen vroegtijdig aan de gevolgen van fijnstof.”

Volgens Heusinkveld ontstaat de slechte luchtkwaliteit in stedelijk gebied door verkeersemissies van de uitlaat (5 mg/km), maar ook door slijtage van de banden (6 mg/km), de remmen (18 mg/km) en het wegdek (11 mg/km). „En hoewel elektrische auto’s geen uitstoot hebben, is de slijtage van de banden en het wegdek hoger doordat deze auto’s 15 tot 30% zwaarder zijn.”

Ook de slechte verversing door vegetatie en hoge bebouwing speelt volgens de onderzoeker een rol. Zo blijkt uit stromingsstudies dat de luchtsnelheid in een straat met bomen met 25% afneemt, wat leidt tot 25% hogere concentraties. Ook (doorlatende) heggen kunnen volgens hem tot verhoogde concentraties leiden.

Rotterdam zet groen vooral in om de stad aantrekkelijker en leefbaarder te maken. Groen wordt niet actief ingezet om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Positieve bijdrage
Heusinkveld merkt daarbij op dat parken wel een positieve bijdrage kunnen leveren. Hij wijst op een studie in de Nieuw-Zeelandse stad Christchurch, waarin PM10-concentraties (deeltjes met een doorsnede van 10 micrometer) zijn gemeten. Hieruit bleek dat in de omgeving van het stedelijke park sprake was van een fijnstofreductie van 31%. „Grotere groenstructuren zoals parken hebben dus wel een gunstig effect!”

Ook Wesseling erkent de positieve invloed van groen op ‘achtergrondlocaties’, plekken waar niet veel verkeer komt. „Hier speelt vooral het positieve effect van de depositie. Maar wil je op stedelijk niveau effect hebben, dan resulteert grootschalige inzet van groen in een fijnstofreductie van slechts enkele procenten.”

Hij vertelt dat de afgelopen tien jaar binnen en buiten Nederland veel onderzoek is gedaan naar de effecten van vegetatie op de luchtkwaliteit. Ook worden regelmatig nieuwe voorstellen gedaan, zoals de inzet van planten met ‘stoflabels’, speciale configuraties van planten, constructies met speciale vegetatie et cetera. „Wezenlijke positieve effecten in praktijksituaties zijn, voor zover bij het RIVM bekend, echter nooit onafhankelijk aangetoond.”

Overschat
Ook Tom de Bruijn, wethouder van Financiën, Verkeer, Vervoer en Milieu in Den Haag, vindt de meerwaarde van beplanting in het afvangen van fijnstof te gering, mede doordat maar een klein deel van de lucht direct in aanraking komt met beplanting. Hij wijst daarbij op publicaties van het RIVM (‘Het effect van vegetatie op de luchtkwaliteit’, 2011) en het CROW (‘Beplanting en luchtkwaliteit’, 2012), die volgens hem laten zien dat het effect van groen op de luchtkwaliteit veelal zwaar wordt overschat.

Dit neemt niet weg dat De Bruijn een groot voorstander is van groen in de stad. „Groen heeft veel voordelen. Maar voor de verbetering van de luchtkwaliteit vind ik het zinvoller om in te zetten op het voorkomen van luchtverontreiniging, bijvoorbeeld door het bevorderen van het gebruik van de fiets en het elektrisch vervoer.”

Gemeente Den Haag vindt de meerwaarde van beplanting in het afvangen van fijnstof te gering, omdat maar een klein deel van de lucht in aanraking komt met beplanting. Grote groenstructuren zoals parken zouden wel tot aanzienlijke fijnstofreductie leiden.

Groenbudget
Den Bosch was zo’n tien jaar geleden één van de eerste gemeenten die concreet aan de slag ging met beplanting ten behoeve van de luchtkwaliteit. Tjeerd van Tol is beleidsambtenaar voor de gemeente en heeft naast ecologie ook stadsgroen in zijn portefeuille. Hij vertelt dat er jaren geleden op basis van een initiatief van GroenLinks is begonnen met de inzet van groen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Doordat de gemeente het groenbudget een aantal jaar had opgespaard en de provincie geld beschikbaar stelde, had de gemeente acht jaar geleden €1 miljoen ter beschikking. Van Tol: „Dat lijkt misschien veel, maar om een flinke weg te beplanten ben je zo €250.000 kwijt. En wat we aanleggen, doen we goed. Dat betekent dat we kiezen voor forse bomen en investeren in een goede plantplaats. Daar hebben we een flinke slag in gemaakt.” Maar hoe pak je zo’n grootschalig groenproject aan? Van Tol vertelt dat er in het begin nog niet veel informatie was om op terug te vallen en dat eigen onderzoek geen eenduidige resultaten opleverde. „Uiteindelijk hebben we besloten om generieke maatregelen te nemen. Maatregelen dus die bijdragen aan een gezondere lucht, maar ook aan de andere positieve functies die groen heeft.”

Gevelbeplanting
De gemeente heeft onder andere doorgaande wegen beplant en verticaal groen toegepast op een parkeergarage in de binnenstad. Dit werkte aanstekelijk; verschillende winkeliers brachten ook gevelbeplanting aan. „Dat is het leuke van zo’n impuls. Wat was bedoeld om de luchtkwaliteit te verbeteren, leverde een algehele vergroeningsslag op.”

Op sommige plekken is bewust niet voor beplanting gekozen, om ervoor te zorgen dat de lucht voldoende doorstroomt en er geen fijnstof blijft hangen. „Ook leggen we beplanting soms in verschillende lagen aan om luchtstroming te houden. Het is dus belangrijk om niet domweg bomen aan te planten, maar te blijven nadenken over de effecten op de luchtkwaliteit.”

Gevraagd naar het soort beplanting dat voor een schone lucht wordt toegepast, is het volgens Van Tol ‘niet heel spannend’. „We hanteren een lijst met beplanting die schadelijke stoffen afvangt. Bomen en planten met behaarde bladeren en wintergroene planten werken het beste.” Hij geeft aan dat luchtkwaliteit één van de aspecten is die bij de soortkeuze wordt beoordeeld. „Het belangrijkste is dat een boom optimaal functioneert op een bepaalde plek. In de stad passen we bijvoorbeeld verschillende types lindes toe. Maar in Rosmalen, dat meer op het zand ligt, hebben we langs de snelweg heel bewust grove dennen aangeplant. We kijken naar een combinatie van effectieve soorten en geschikte locaties.”

Den Bosch heeft de afgelopen tien jaar groen ingezet om de luchtkwaliteit te verbeteren. Zo heeft de gemeente doorgaande wegen beplant en verticaal groen toegepast op een parkeergarage in de binnenstad. Aanplant van groen is deel van een groter programma om luchtkwaliteit te verbeteren.

Integrale aanpak
Van Tol licht toe dat de verbetering van de luchtkwaliteit door de inzet van groen een onderdeel is van een groter programma, zoals de inzet van elektrische stadsbussen en auto’s en het gebruik van transferia. „Met groen kunnen we het probleem van de luchtvervuiling niet oplossen; het effect is een paar procent. Het verbeteren van de luchtkwaliteit vraagt om een heel pakket aan maatregelen. Dat is ook de reden dat we maatregelen breder inzetten.”

Hij vertelt dat er steeds meer wordt samengewerkt tussen de verschillende afdelingen van de gemeente. „Problemen worden vaker integraal aangepakt. In dit geval verbeteren we dus niet alleen de luchtkwaliteit, maar nemen we ook andere problemen mee. We moeten uiteindelijk toe naar meer gebiedsgericht werken. Welke opgaven hebben we in een gebied en hoe kunnen we deze het beste combineren?”

Terugkijkend was het volgens Van Tol een heel traject. „Toen we hiermee begonnen, was het best nieuw. Onderzoeken spraken elkaar tegen en het RIVM belde zelfs dat de inzet van groen voor een schone lucht niet bewezen was.” Uiteindelijk is hij blij dat ze hebben gekozen voor generieke maatregelen die sowieso bijdragen. „Voor een goed functionerende en leefbare stad is groen gewoon onmisbaar!”


De effecten van fijnstof
Fijnstof (Particulate Matter, afgekort PM) is een verzamelnaam voor allerlei kleine deeltjes in de lucht, die verschillend van grootte en samenstelling zijn. Fijnstof wordt onderverdeeld in PM10 (deeltjes kleiner dan 10 micrometer), PM2,5 (deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer) en PM0,1 (deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer, ook wel ultrafijnstof genoemd). Vooral de kleinere deeltjes zijn slecht voor de gezondheid, omdat ze het diepst doordringen in de longen en de meeste schade aanrichten.
Uit onderzoek blijkt dat de luchtkwaliteit in Europa langzaam verbetert door genomen maatregelen en technische ontwikkelingen. Toch heeft luchtvervuiling nog altijd een behoorlijk effect op de gezondheid. Zo blijkt uit het meest recente rapport van het Europese Milieuagentschap (‘Air quality in Europe – 2017 report’), dat de PM2,5-concentraties in 2014 verantwoordelijk waren voor 428.000 vroegtijdige sterfgevallen in 41 Europese landen, waaronder circa 399.000 in de 28 EU-landen.

  • De Rhododendronvallei in het Amstelpark

    Vorige

    9.

  • Chelsea Flower Show 2018: Tuinen met een boodschap

    Volgende

    11.

Externe Links

Sociale Media

Nieuwsbrief