Log in om toegang te krijgen tot het magazine

Tuin en Landschap
Loading...

Het Levend Archief

Ark van Noach voor inheemse flora

Autochtone plantenzaden worden voor het Levend Archief verzameld in onder meer natuurgebieden en opgeslagen voor de lange termijn. Daarnaast is het Levend Archief betrokken bij natuurherstelprojecten en het versterken van de inheemse biodiversiteit op dijken en in gemeentelijk groen.

Tekst en Beeld Henk-Jan van der Veen

In rap tempo verdwijnen diverse planten­soorten uit ons land. Het ­Levend Archief bouwt aan een nationale collectie van wilde plantenzaden, om zo soorten en hun genetische ­eigenschappen veilig te stellen.

De stadsmuur van Kampen staat bekend om haar muurbloemen, in Zwolle staan de kievitsbloemen tot bijna in het stadscentrum en in Deventer bloeien in april duizenden weide- en akker­geelsterren op verschillende locaties in de stad. Zomaar een paar voorbeelden van rode-lijstsoorten die in het openbaar groen voorkomen en door gemeenten worden beheerd. „Het bevestigt de waarde van het openbaar groen voor de Nederlandse flora”, stelt Nils van Rooijen, ecoloog en onderzoeker aan de Universiteit van Wageningen. „Op zich niet verwonderlijk als je bedenkt dat gemeenten veel interessante habitats beheren, zoals bermen, bossages, oevers, grasvelden, maar ook oude muren en kades.”

Nederland telt zo’n 1.500 plantensoorten, waarvan ruim een derde in meerdere of mindere mate bedreigd is en op de rode lijst staat. Van ruim zeventig soorten is de situatie zo slecht dat ze binnen niet al te lange tijd kunnen verdwijnen. Het openbaar groen herbergt een flink aantal van deze rode lijstplanten, zo blijkt uit onderzoek van Wageningen Universiteit. Tegelijk signaleert men dat veel van deze populaties kwetsbaar zijn. „Sommige soorten komen nog maar op een paar locaties voor en liggen meestal ook nog ver uit elkaar. Met een beetje pech kan zo’n groeiplek definitief verdwijnen, bijvoorbeeld door ongunstig beheer, onderhoudswerkzaamheden of stadsuitbreiding.”

Twee voor twaalf
Om de rode lijstsoorten voor de toekomst veilig te stellen, werd in 2018 de Stichting Levend Archief opgericht. Het is een breed netwerk van vrijwilligers en professionals, waaronder onderzoekers, kwekers, natuurbeschermingsorganisaties, FLORON, gemeenten en provincies. De ambitie is om een grote nationale zadenbank van de inheemse flora op te zetten. „We richten ons nu vooral op de bedreigde soorten, waarvan we de zaden verzamelen en bewaren, een soort Ark van Noach voor wilde planten. Dit is hard nodig, want voor sommige soorten is het twee-voor twaalf.”

Momenteel bevat de Nationale Zadencollectie ongeveer 250 soorten en voor de komende jaren verwacht Van Rooijen de collectie uit te breiden met zo’n vijftig soorten per jaar. Deze Ark van Noach van de wilde flora kan benut worden voor verschillende doeleinden. Mocht een soort acuut gevaar lopen of verdwijnen, dan kan het Levend Archief als een soort back-up bijspringen, bijvoorbeeld door zaden te winnen van de bronpopulatie, om deze in een later stadium terug te plaatsen. Onlangs gebeurde dit op de Afsluitdijk, waar Rijkswaterstaat de dijk voorziet van een nieuwe betonnen bekleding. Tussen de oude basaltblokken heeft zich een unieke rotsflora ontwikkeld met onder meer wilde kool, zeekool en zeelathyrus. Duizenden zaden zijn inmiddels verzameld en een deel daarvan keert weer terug in de voegen van de nieuwe bekleding.

Behalve verzamelen van inheemse zaden ondersteunt het Levend Archief ook gemeenten en terreinbeheerders bij beheer van gebieden waar rode lijstsoorten voorkomen. Een mooi voorbeeld ligt op steenworp afstand van de collectie van het Levend Archief, waar op een stationsemplacement de zeldzame wilde averuit groeit. „Samen met buurtbewoners, de gemeente Nijmegen en de Prorail werken we aan een goed beheer en creëren we een groene corridor door de stad, waarlangs onder meer deze plant zich in de toekomst kan uitbreiden. Ook hier verzamelen we de zaden, waarbij een deel de vriezer ingaat en een deel mogelijk wordt ingezet als natuurcompensatie voor spoorverbouwingen waarbij een aantal planten verloren zijn gegaan.”

Kennis delen
Een belangrijke missie van het Levend Archief is om kennis te delen over verantwoord gebruik van inheemse soorten. Van Rooijen: „We zien de belangstelling voor inheemse flora toenemen. Gemeenten en hoveniers gebruiken steeds meer zaadmengsels om de biodiversiteit in de openbare ruimte terug te brengen. Daarnaast zetten ook bewoners zich in voor een bloemrijker openbaar groen.”

Het openbaar groen herbergt een flink ­aantal rode lijstplanten

Ondanks alle goede bedoelingen, gaat het ook regelmatig mis volgens van Rooijen. Hij doelt op de carnavalsmengsels met donkerblauwe korenbloemen, of dieppaarse bloemen van het kaasjeskruid. „Allemaal variëteiten van soorten van andere herkomst met een afwijkende bloemvorm en -kleur. Insecten hebben er weinig aan, de bloemen produceren weinig en vaak ook een mindere kwaliteit nectar”, aldus de Nijmeegse ecoloog. Hetzelfde signaleert Van Rooijen bij bosplantsoen.

Ook dit plantmateriaal is vaak niet autochtoon en bevat vooral zuidelijke bomen en heesters. „Op het oog niet te onderscheiden, maar in DNA anders dan de Nederlandse soorten. Ze bloeien ook enkele weken eerder dan hun inheemse tegenhangers, met mogelijk nadelige gevolgen voor de insecten.”

Van subtielere orde zijn de bloemenmengsels met soorten die niet thuishoren in het betreffende plantengeografisch dis­trict. „Zoals de rivier­begeleidende Zwolse anjer of veldsalie in een schrale Drentse groenstrook, die hier samen met slangenkruid – die vooral in de duinen voorkomt – groeit. Lukraak inzaaien van bloemenmengsels met gebiedsvreemde soorten geeft flora­vervalsing, met als gevolg dat de streekeigen flora minder kans krijgt. Door de beperkte genetische bronnen voor zaadmengsels is er het gevaar van genetische verarming.” 

Zaadteelt autochtone planten
Een van de middelen om de juiste plant op de juiste plaats te krijgen is het stimu­leren van de zaadteelt van autochtone planten. Hiervoor werkt het Levend Archief samen met verschillende kwekers in Nederland, zoals de Cruydt-Hoeck en Biodivers. Kwekers kunnen via het consortium zaden krijgen en verder vermeerderen. Hiermee garanderen zij dat ze alleen inheems materiaal verkopen van lokale herkomst. „Uiteindelijk willen we toewerken naar een keurmerk voor deze kwekers”, aldus Van Rooijen.

Voor de autochtone bomen en struiken is er de Nationale Genenbank in Roggebotzand. Staatsbosbeheer bezit hier een collectie van 57 soorten houtige gewassen, variërend van eik, linde, iep tot struiken als jeneverbes, zuurbes en zeldzame rozensoorten als de bosroos. Jaarlijks verzamelt men hier vruchten en zaden, die door gespecialiseerde kwekers verder worden opgekweekt.

Inmiddels is Het Levend Archief ­betrokken bij verschillende natuurherstelprojecten in natuurgebieden, maar ook bij het versterken van de inheemse biodiversiteit op dijken en in gemeentelijk groen op verscheidene plekken in Nederland. „Het is belangrijk dat er duidelijkheid is over de herkomst van planten en zaden. Onze biodiversiteit heeft een enorme waarde en alles van waarde verdient het om verzekerd te worden. Een landelijke zadenbank is die verzekering.”

Zaad verzamelen

Verzamelen van zaad lijkt eenvoudig, maar verloopt via een strak protocol. Nadat de soort en groeiplaats is gecheckt op oorspronkelijkheid, worden een representatief aantal zaden geoogst, bewaard in een zakje en voorzien van een label. In het veld noteert men de meest karakteristieke omstandigheden, zoals ligging van de plek, aantal aanwezige individuen en soorten waarmee ze samengroeien.

Na het verzamelen gaan de zakjes naar de werkruimte in Nijmegen, waar de zaadjes worden geschoond, gedroogd, vacuüm verpakt en gekoeld opgeslagen. Het Centrum voor Genetische bronnen Nederland in Wageningen zorgt voor de opslag voor lange termijn, waarbij het materiaal wordt ingevroren bij –20ºC.

  • Proefborders met inheemse planten

    Vorige

    8.

  • Gemeente Enschede werkt aan klimaatbestendige stad

    Volgende

    10.

Externe Links

Sociale Media

Nieuwsbrief